13 Apr 2017

Trend: Burgerinitiatieven verzakelijken

carin kampman, foto deborah roffel

Burgerinitiatieven in Nederland zijn massaal op zoek naar een zakelijke basis. Dat blijkt uit een rondgang die P+ deed bij organisaties die burgers ondersteunen. DuurzaamDoor en Stichting Doen bevestigen de trend. Er ontstaat hierdoor zelfs een nieuw marktmodel: Community to Business.

In de P+ Special komen ook direct betrokkenen aan het woord. Directeur Carin Kampman van Matchpoint in Amersfoort transformeerde haar eigen subsidie-afhankelijke organisatie tot een onafhankelijk bemiddelingsbureau.

In P+ stelt ze: “We werden een sociale onderneming. Die transitie is gelukt en bevalt ons wonderwel. Ik ben blij dat ik niet meer subsidieafhankelijk ben en dat ons werk nog steeds maatschappelijk relevant is. Ik heb nu elke maand wel een gesprek met een organisatie die ook deze transitie wil maken, ook met klassieke vrijwilligersorganisaties. Ik maak dan duidelijk wat de win-win-situatie is. Wie blijft zitten in de oude groef van de welzijnskant, blijft praten op een manier die bedrijven minder aanspreekt. Wie zelf zakelijk wordt, snapt de taal van het zakenleven beter.”

In de P+ Special zegt Alex Mellema van het kennisprogramma DuurzaamDoor van RVO al enkele jaren deze ontwikkeling te zien. Mellema: “Buurtgemeenschappen krijgen vandaag veel sneller de vorm van een social enterprise, dan van een vrijwilligersnetwerk.”

Het is een ontwikkeling die twee kanten opgaat, volgens Mellema, die partnerorganisaties als het Groene Brein en Kracht in Nederland vroeg daar onderzoek naar te doen. Er onstaat volgens hem een nieuwe markt van bewonersinitiatieven die met bedrijven samenwerken: community to business. In de P+ Special wordt onder andere de samenwerking genoemd tussen buurtinitiatieven die GFT-afval ophalen en professionele afvalverwerkers.

Mellema: “Maar bedrijven ontdekken op hun beurt ook de mogelijkheden van ‘business to community’. Denk aan een zorgaanbieder die een dienst heeft voor zorgcoöperatie. Of overheden, die speciale programma’s hebben voor groenadoptie door collectieven van bewoners. Denk aan stadslandbouw.”

De trend wordt ook door stichting DOEN herkend. Safka Overweel, programmamanager Sociaal: “Binnen het programma Nieuwe Ontmoetingsplekken ziet DOEN inderdaad dat bewonersinitiatieven steeds meer op een ondernemende manier werken, dat er steeds meer aandacht is voor een vorm van eigen inkomsten naast subsidies.”

DOEN stemde de workshops op het festival ‘We doen het zelf wel’ dit voorjaar in Amersfoort daarom af op specifieke vragen van de partners. Die vragen waren vooral zakelijk gericht. Er bleek bij bewonersinitiatieven vooral behoefte te bestaan aan specifieke kennis over verdienmodellen, rechtsvormen en het meten van impact.

Overweel nuanceert in P+ het gebodene wel: een zakelijke, ondernemende werkwijze is volgens haar nooit het doel, maar een middel. “Het gaat er DOEN niet zo zeer om dat bewonersinitiatieven per se zakelijker of ondernemender worden. Waar het DOEN om gaat is de maatschappelijke impact die deze initiatieven bereiken. Dat ze op een ondernemende manier werken is natuurlijk positief. Maar die ondernemende werkwijze staat bij veel initiatieven in het kader van het versterken van continuïteit om vervolgens meer sociale impact te realiseren.”

Directeur Mark Hillen van Social Enterprise NL stelt dat de grote opgave voor burgerinitiatieven het vinden van een goed voelende balans tussen betaalde en onbetaalde medewerkers wordt. In P+ zegt hij: “Woorden als ‘commercieel’ en ‘zakelijk’ voelen aan als een contrast. Gaat dat geen conflicten geven? Hoe gaat het als je een paar betaalde mensen hebt en daarnaast de organisatie draait met vrijwilligers? Hoe positioneer je dat nou? Ik zeg: je hoeft niet commercieel te produceren, je hoeft geen winstdoelstelling te hebben. We hebben nog tijd om dat verder uit te werken. Echte bewonersbedrijven zijn nu nog schaars, ook al is de participatiemaatschappij alweer een paar jaar geleden gelanceerd. Dat concept wordt in Den Haag nu als geflopt beschouwd, maar hij komt er wel. Bij de realisatie moet je alleen weten dat er een grens is van wat je van vrijwilligers mag verwachten. Je moet ook zoeken naar een kloppend hybride businessmodel. Het gaat daarbij niet om groot worden, maar meer om multipliceren, een goed werkend model overzetten, zoal McDonald’s dat doet met franchisenemers. Dat groeimodel is logischer.”

Deze P+ Special is gratis te downloaden vanaf de website van P+.





Reacties op dit bericht