10 Sep 2018

The best of City Transitions… Nijmegen

City as a Business Model Nijmegen

Nijmegen is benoemd tot European Green Capital 2018 omdat de stad in staat is gebleken alle partijen in de stad te bundelen op duurzame thema’s. De schaalgrootte van de stad is daarvoor ideaal gebleken, volgens Michiel Hustinx, programmamanager duurzaamheid van de gemeente. Met 180.000 inwoners is iedereen voor elkaar aanspreekbaar, van wethouder tot directeur tot deelnemer aan een circulair burgerinitiatief.

Hustinx zal op 4 oktober de transitiestrategie van Nijmegen presenteren op het seminar ‘The City as a Business Model’, georganiseerd door hoogleraar Jan Jonker. Koplopers uit tal van Europese steden wisselen hier hun ervaringen uit. Nijmegen is de gastheer van deze bijeenkomst, of beter gezegd: gastvrouw. Nijmegen is een feminiene stad stelt Hustinx (1963): “Er wonen hier significant meer vrouwen dan mannen.” Download van het programma is beschikbaar.

Hustinx is ervan overtuigd dat de schaal van zijn stad meespeelt in het succes van transformatie. “We zijn de eerste stad onder de 200k inwoners die Green Capital is geworden. "

"Iedereen doet hier mee of kan mee doen. De kleine zelfstandige zonder personeel die wat uren vrij heeft en in deze in een project in eigen buurt steekt maar ook de directeur van de plaatselijke bank. Men kent elkaar al gauw op een bepaald domein. En dan zijn de lijntjes heel kort om deze aan elkaar te verbinden op een groter thema zoals circulariteit. Statuur doet er in Nijmegen niet zo toe. De stad kent een vrij platte organisatie. Als dat nodig is, belt iemand al snel de wethouder of de directeur. Nijmegen is daarnaast een stad waar mensen elkaar de ruimte geven. Waar mensen elkaar snel respecteren, ook als een initiatief maar klein is.”

In zo’n cultuur kunnen goede ideeën snel uitgevoerd worden. Hustinx noemt de Rabobank als ‘relatief grote partij’ die met andere partijen een ‘Circular Economy Challenge’ bedacht. “Het was een oproep aan bedrijven om met plannen te komen. Daarnaast zette de Radboud Universiteit studenten in om te onderzoeken of er van de circulaire plannen een businessmodel te vormen was. Ik vond het zelf een leuk idee om iets met al die uitgeperste sinaasappelschillen te gaan doen. Dat is een monostroom geworden, nu zoveel supermarkten een grote pers hebben staan waarmee je zelf verse jus kunt aftappen. Die stroom schillen ging gewoon mee met het andere GFT-afval om te composteren en te vergisten. Op het groene gas rijden hier in Nijmegen overigens de stadsbussen. In de Challenge werden de studenten uitgedaagd om binnen twee maanden afzet voor dat sinaasappelafval te organiseren. Er zitten waardevolle bestanddelen in, onder andere voor de geurindustrie. De studenten kregen de lokale afvalverwerker ARN mee, die het idee gaat door ontwikkelen. Hetzelfde bedrijf gaat ook apart incontinentiemateriaal bij zorginstellingen ophalen, omdat het zo nuttiger te verwerken is.”

De bijdrage van de Radboud Universiteit is al genoemd, als ‘een brede instelling van hoger onderwijs, die niet alleen naar technische aspecten kijkt’. Hustinx zoekt verder naar de oorzaken van het groene succes van Nijmegen. “De stad telt relatief veel opleidingen in de sociale sector. De aandacht voor de stedelijke leefomgevingskwaliteit is van oudsher groot. Dat helpt bij de organisatie van de transitie. Ook bijzonder is dat GroenLinks al 17 jaar deel uitmaakt van het college van Burgemeester en Wethouders, voor de vijfde periode op rij. Altijd heeft deze partij de portefeuille voor milieu en duurzaamheid gehad, ook nu weer met wethouder Harriët Tiemens. Zo’n lange periode biedt continuïteit zonder hick-ups.”

Ook al heel lang gaat er een ‘estafettestokje’ in Nijmegen rond, waarbij telkens een ander duurzaam initiatief in de schijnwerpers komt te staan. Hustinx: “Dat is toch elke keer weer een moment voor de media, een erkenning voor de duurzame inspanningen. Mensen feliciteren elkaar heel oprecht. Dat stokje gaat inmiddels ook de stad uit, de provincie Gelderland in, langs circulaire initiatieven. Als je ze allemaal bij elkaar optelt, hebben we al tientallen stokjeshouders.”

Dit artikel is het derde deel in een serie over de meest interessante duurzame transities in Europese steden. In de eerste aflevering vertelde Igor Kos uit Slovenië hoe de stad Maribor alle gemeentelijke stadsdiensten wist te bundelen. 

Vorige week vertelde Gabrielle van Zoeren hoe de stad Antwerpen met slimme technologie en beloningen de inwoners van een nieuwe stadswijk stimuleert om aan de circulaire economie deel te nemen.





Reacties op dit bericht