07 Mar 2019

De financiering van klimaathulp

FMO over klimaatfinanciering

Uiterlijk in mei lanceert het ministerie van Buitenlandse zaken een nieuw instrument om ontwikkelingslanden te helpen zich te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Op dit moment loopt een tenderprocedure voor een partij die het Dutch Fund for Climate and Development (DFCD) mag gaan managen. Het nieuwe klimaatfonds werd al in het regeerakkoord van het huidige kabinet aangekondigd, en krijgt een jaarlijks budget van 40 miljoen euro. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen gaan een belangrijke rol in de uitvoering spelen.

De nieuwe P+ Special van deze week onderzoekt de huidige praktijk van klimaatfinanciering: ‘Vergroening vraagt privaat geld’.

Ontwikkelingsbank FMO is de belangrijkste uitvoerder van het Nederlands klimaatbeleid en richt zich op ontwikkelingslanden. De bank wil dat vanaf komend jaar minstens 32 procent van alle investeringen ‘groen’ zijn. Dus: gericht op duurzame energie, minder CO2-uitstoot en bestand tegen klimaatverandering. Om dit doel te bereiken zet FMO een aantal innovatieve fondsen in, die opkomende landen helpen met het realiseren van windmolenparken, zonneparken, waterkrachtinstallaties en agroforestry, zoals in Kenia. De investeringen zijn zo veelbelovend dat het particuliere investeerders aantrekt.

De doelstelling van FMO sluit aan bij het Nederlandse buitenlands beleid, dat uitvoering geeft aan de internationale klimaatverplichting. Als de industrielanden jaarlijks 100 miljard dollar per jaar gaan betalen om ontwikkelingslanden te helpen op klimaatgebied komt de rekening voor Nederland uit op zo’n 1,25 miljard euro, zo berekende de Algemene Rekenkamer. Dat is een forse ‘uitdaging’. Ongeveer de helft daarvan moet uit publieke middelen komen, de rest uit private investeringen. 

Ondertussen betwijfelen deskundigen of de met zoveel moeite overeengekomen 100 miljard dollar nog wel volstaat. Volgens UN Environment, de milieuorganisatie van de VN, is vanaf 2030 minstens 300 miljard dollar per jaar nodig. Niet alleen voor aanpassing aan klimaatverandering (overstromingen, droogte, natuurrampen, etc.), maar ook voor de noodzakelijke overstap naar duurzame energie. Hoe minder we nu doen, des te hoger de kosten in de toekomst. Om het benodigde kapitaal bijeen te brengen, ontkomen we volgens UN Environment niet aan mondiale maatregelen, zoals een minimumprijs voor emissierechten of heffingen op lucht- en zeevaart.

Ontwikkelingsbank FMO laat ondertussen zien dat investeren in duurzame energie en klimaat niet alleen verstandig is, maar ook profijtelijk kan zijn. Revolverende fondsen zoals Building Prospects en het Access to Energy Fund halen zeer hoge terugbetalingspercentages, tot ruim boven de 100 procent.

Fondsmanager Floor van Oppen van FMO vertelt hoe het werkt: “We hebben onze eerste activiteiten in de bosbouw geëvalueerd. En geconcludeerd dat het een lastige sector is, maar wel van groot belang. We hebben nu een speciaal team opgezet dat zoekt naar potentieel interessante investeringen op dit terrein, die het fonds (Building Prospects) samen met FMO kan doen. In de hoop dat daarna commerciële financiers instappen. Zo moet het ook gaan met klimaatadaptatie. Wij jagen zo’n thema aan. Daarna moet de markt het overnemen.”

Een nieuw fonds dat is opgezet door FMO, Climate Investor One, mikte bij de start op een portfolio van zo’n twintig projecten. Nu de fondswerving voorspoedig verloopt, gaat het meer richting de dertig. Dit fonds voor duurzame energieopwekking in ontwikkelingslanden is op zijn gebied een van de grootste ter wereld, met een portefeuille van ruim 800 miljoen dollar. Dit fonds belooft een dusdanig rendement dat er inmiddels veertien investeerders ingestapt. Tot de initiatiefnemers behoren overheden zoals ons ministerie van Buitenlandse Zaken, de Europese Unie, het Nordic Development Fund en USAid, plus ontwikkelingsbanken zoals Findev Canada en binnenkort de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (ADB). Maar een ander deel van het startkapitaal is afkomstig van institutionele beleggers, zoals in Nederland Aegon Asset Management (50 miljoen euro), en Scandinavische fondsen als Swedfund en de IMAS Foundation (van Ikea-oprichter Ingvar Kamprad) en het pensioenfonds MP Pensjon of Norway.

Een andere organisatie in Nederland die voorop loopt bij het ontwikkelen van innovatieve vormen van financiering (om daarmee tropisch regenwoud te behouden) is het Initiatief Duurzame Handel (IDH). Vorig jaar publiceerde P+ een Special over de fondsen van het IDH.

Lees alles over de financiering van klimaathulp van FMO in de nieuwe P+ Special ‘Vergroening vraagt privaat geld’.

Tekst Hans van de Veen





Reacties op dit bericht