19 Jan 2019

Kringloopwinkel KLUS doet in bouwmaterialen

Mieke Bleij van KLUS Kringloop

Steden moeten bouwers en projectontwikkelaars verplicht voorschrijven hun bouwafval op een centrale plek in de stad in te leveren, een ‘Retourboulevard’. Dan pas kunnen kringloopbedrijven een optimaal pakket aan tegels, hout, trapjes en deuren aan burgers doorgeven. Een stedelijk circulair ecosysteem zou ideaal zijn, zegt directeur Mieke Bleij van KLUS in Amersfoort, de eerste gespecialiseerde kringloopwinkel in gebruikte bouwmaterialen. KLUS heeft inmiddels een jaar praktijkervaring. 

KLUS in Amersfoort is een van de voorbeelden die opgenomen is in de praktische aanpak die MVO Nederland op 24 januari lanceert op het Nieuwjaarsevent in Den Haag. Een van de 7 agendapunten om te komen tot een Nieuwe Economie is het opbouwen van een goed logistiek systeem voor gebruikte grondstoffen. P+ kreeg een sneak preview in dit plan om doorbraken te maken. Duidelijk is dat lessen zoals die van KLUS in Amersfoort daarbij erg waardevol zijn.

In de hal van KLUS prijken tal van logo’s van deelnemende bouwbedrijven en instellingen. Directeur Bleij (1958) heeft nu een jaar ervaring opgedaan. “Wij hebben vorig jaar een aparte hal in onze kringloopwinkel ingericht die heel Amersfoort weet te vinden. We geven hier per jaar 3,5 miljoen kilo aan kringloopgoederen door. We hebben zelfs de spullen uit een gesloopt zwembad doorgegeven. We bieden hiermee werk aan 45 mensen op een loonlijst en 450 vrijwilligers, waaronder ook taakgestraften. Op KLUS hebben wij 1 fulltimer ingezet.” 

“Je moet de circulaire economie van stad tot stad aanpakken”, is het eerste wat Bleij (1958) zegt. “Je moet gebruikte bouwmaterialen niet gaan verslepen naar een andere stad. Die lokale aansluiting is heel belangrijk. Dat houdt de lijntjes tussen ons, de gemeente, bouwers en slopers kort.”

Het is een hele opgave om die lijntjes goed strak te spannen, zo weten de medewerkers van KLUS inmiddels. “Aannemers hebben het heel erg druk op het ogenblik”, merkt ook Bleij. “In die drukte nemen ze geen tijd om nog bruikbare materialen apart te zetten en bij ons in te leveren. We maken dat zo makkelijk mogelijk door bij bouwers zelfs kratten met KLUS er op neer te zetten. Dan hoeven ze hun spullen er alleen maar in te gooien. Maar dan nog ontbreekt de verplichting om hieraan mee te werken.”

Daarom moet het stadsbestuur volgens haar bij alle sloopprojecten een clausule opnemen die het veilig stellen van herbruikbare grondstoffen verplicht stelt. De wethouder is welwillend, weten ze bij KLUS. “Het is niet zo dat er nu niks gebeurd. Slopers weten heus wel wat een goede buitendeur is. Die nemen ze mee en slaan die zelf op eigen terrein op. Dat is ‘cherry picking’. Maar dat is minder ideaal dan de spullen bij ons door te geven.” 

Een stedelijk circulair ecosysteem dus. Maar hoe moet het dan met betonafval en stenen, die ook uit de sloop komen? Bleij: ” “Onze opslagruimte is natuurlijk beperkt. Daarom is een centraal afgiftepunt als de gemeentelijke Milieustraat het beste. Noem het een ‘Retourboulevard’. Bij ons kijken mensen meer naar tegels, hout, rekken, trapjes, tuinmateriaal, kranen, Luxaflex, gordijnen, wasbakken… Bouwapparatuur ook. Het zijn vooral de iets betere klussers die hier hun slag slaan. Ze komen eerst hier en gaan dan pas naar de Gamma. Voor ZZP-ers die verbouwen is ons aanbod nu nog net iets te beperkt. En niet iedereen wil een tweedehands toiletpot, als ze hun doucheruimte laten vernieuwen.”

Hoe zit het met restpartijen van grote renovatieprojecten, zoals die van woningbouwverenigingen? Ook daar zou Bleij veel strakkere afspraken mee willen maken. “Hoewel ik merk dat de inkoop van materialen bij zulke partijen steeds efficiënter wordt. Het is niet zo dat er grote partijen tegels overblijven. Die worden dan weer in een volgende renovatie ingezet.”

En particulieren dan, die verbouwen? Bieden die geen tweedehands spullen aan? Bleij: “Het mooiste wordt op Marktplaats gezet en vindt zo zijn weg. Maar inderdaad: particuliere klussers die spullen overhouden kunnen die ook bij ons afleveren. Onze hal voor KLUS zal dus nooit hetzelfde aanbod hebben. Het is ons werk om te spelen met het materiaal dat we krijgen. Ik noem dat ons ‘dynamisch harmonicamodel’. Als ik dat zeg, moeten ze hier wel lachen.”

Hoogleraar duurzaam ondernemen Jan Jonker vindt KLUS een ‘leuk initiatief’: “Voorstelbaar. Organiseerbaar. Misschien inderdaad de aanpak op lokale schaal waar we naar zoeken. Lekker praktisch.” 

Jonker presenteerde vorig jaar op Europese schaal initiatieven waarbij steden centraal staan als ‘machinekamers’ van de circulaire economie. Belangrijk daarbij is de schaal van projecten. “Dat vraag ik mij bij KLUS ook af. Hoe groot moet zo’n kringloop zijn om effectief te kunnen werken? Ook de diversiteit van materialen is een punt. Welke materialen moet erin zitten om aantrekkelijk te zijn zodat partijen en mensen het niet eenmaal, maar blijvend gebruiken? Ook is het interessant de impact te meten: wat levert KLUS de samenleving op? Hoeveel CO2 wordt er zo bespaard? Hoeveel werk levert het op? Hoeveel delfstoffen spaart het initiatief uit?”

Al met al betitelt Jonker KLUS als een ‘vatbaar’ concept. “Kan dit in tien Nederlandse steden toegepast worden?” 

Website KLUS Amersfoort.

Op het Nieuwjaarsevent ‘De groene bubbel voorbij’ van MVO Nederland op 24 januari in Den Haag worden nog veel meer voorbeelden genoemd, die voor een doorbraak in de circulaire economie moeten zorgen. Ook op zes andere aandachtsgebieden presenteert MVO Nederland doorbraken. Er is nog een beperkt aantal kaarten beschikbaar. Aanmelden hier. Wie niet in de gelegenheid is de lancering bij te wonen, kan de plannen volgen via @mvo_nl op Twitter.





Reacties op dit bericht