19 Dec 2017

Waarom het afscheid van consumentisme ons zo zwaar valt

obsolescence

Goede voornemens maak je op basis wat je eerder fout deed. In die zin komt de Whitepaper van Jan Jonker over de ‘Grote Verbouwing’ naar de circulaire economie op een goed gekozen moment, zo vlak voor 2018. De hoogleraar duurzaamheid van de Radboud Universiteit speurt naar de oerbronnen van de lineaire economie. Het te bestrijden kwaad heeft een naam: ‘Obsolescence’, oftewel: de kunst van het doelmatig verouderen van producten om zo de consumptie op te jagen.

P+ biedt de Whitepaper van Jonker c.s. aan op de website, ook de directe link naar de bron, op de website circulaire businessmodellen. De paper focust op de vraag: hoe een circulaire economie te organiseren? In dat proces zijn vijf fasen te herkennen.

Maar eerst even terug naar vroeger, naar de tijd van voor de Verlichting, toen kringlopen nog echt natuurlijk waren. De natuur werd niet aangetast. Groenteresten gingen op de composthoop of naar de varkens. Pas rond 1750 ontstond het idee dat er vooruitgang moest komen. De burger moest het in materieel en sociaal opzicht beter krijgen. Ook al waarschuwde een klassieke econoom als Thomas Malthus al in 1789 dat groei begrensd werd door natuurlijke hulpbronnen, de geest was uit de fles.

Nog geen honderd jaar geleden ontstond een woord dat de kern van de ontstane lineaire economie typeerde: ‘obsolescence’. Het kan simpel vertaald worden met: bewust sturen op versnelde veroudering van producten. De term zou voor het eerst gebruikt zijn door de Amerikaan Bernard London. Hij opperde in 1932, enkele jaren na de beurscrash van 1929, dat het goed zou zijn om de depressie te bestrijden met producten, gebouwen en voertuigen die bewust een beperkte levensduur hebben. Zo goedkoop ook, dat je beter nieuw kon kopen dan te laten repareren. Zo zou de economie weer vlot getrokken worden.

Het idee leidde een sluimerend ontstaan totdat er opnieuw een moment in de geschiedenis kwam, waarbij economische groei hard nodig was: de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. In 1960 constateerde Brooks Stevens dat ditmaal de begeerte wel was gewekt, de consument die telkens weer iets wilde hebben dat ‘een beetje nieuwer was, een beetje beter of een beetje sneller dan nodig is’.

Een jaar later volgde al de kritiek op dit denken, in het boek ‘The waste makers’ van de journalist Vance Packard. Hij begon over ‘geplande veroudering’. Hoe kunnen burgers nog spaarzaam zijn, als het hen dat onmogelijk wordt gemaakt omdat al hun producten snel stuk gaan en niet te repareren zijn, ook omdat vervangende onderdelen niet geleverd worden. Daar waar die er wel waren, bleek reparatie duurder dan de aanschaf van een nieuw –en alweer verbeterde- versie. Het resultaat? De voortdurend ontevreden klant.

Jonker over deze ontstane hyperconsumptie: “Er is dus sprake van systematisch verspillen van grondstoffen, materialen en producten met het oog op het vasthouden aan een permanente economische groei. (-) Het beginsel van ‘obsolescence’ is inmiddels volwassen geworden en heeft zich genesteld in ontwerp- en productcycli, in de besturingssystemen van organisaties, in de wijze waarop we boekhouden en in de indicatoren voor het Bruto Binnenlands Product (BBP). (-) Nieuwe software volgt elkaar in rap tempo op waardoor oude pakketten, maar ook oudere producten niet meer bruikbaar zijn.”

Iets wat in een periode van een eeuw zo diep in alle maatschappelijke geledingen is doorgedrongen, laat zich niet zo snel veranderen.

Toch zal het moeten. Het aantal grondstoffen op deze aarde is niet eindig en de wereldbevolking groeit maar door. In de paper geeft Jonker dan ook aan dat de transitie vijf fasen zal doorlopen, in een ‘Kringlopenladder’.

+ Bedrijven worden in eigen huis circulair

+ Bedrijven pakken samen gedeeltelijk hun keten aan

+ Bedrijven maken samen een enkele grondstof circulair

+ Bedrijven maken meerdere grondstoffen aan, die samen in een product zitten, zoals een auto.

+ De inspanningen leiden tot complexe kringlopen en een organisatorisch-economisch systeem.

Lees verder in deze gratis Whitepaper over onder andere de bouwstenen van circulaire businessmodellen.  Titel: “Jonker, J., Stegeman, H. en Faber, N. (2018). Circulaire Economie: Denkbeelden, Ontwikkelingen en Business Modellen’.





Reacties op dit bericht