10 Nov 2017

Impact van transities kun je meten

transitie movement, foto P+ People Planet Profit

Van alle duurzame transities is die van klimaatadaptie het verste. De transities van energie en stedelijke verduurzaming schieten nog niet erg op. Mobiliteit en circulaire economie zitten zelfs nog in de beginfase. Dit blijkt uit een essay van Karen Maas en Derk Loorbach in de nieuwste Special van P+.

Maas en Loorbach presenteren een basis om de impact van transities te meten. Maas is directeur van het Impact Centre Erasmus, Loorbach van Drift, opgericht door hoogleraar Jan Rotmans. In de P+ Special publiceren ze infographics waaruit blijkt hoe ver de verschillende aandachtsgebieden al gevorderd zijn.

Duurzame transities op gang helpen is een hele kunst, blijkt uit hun bijdrage. Op gang gekomen transities herkennen ook. Laat staan transities meetbaar maken. In hun bijdrage stellen ze dat de impact van transities vooral kwalitatieve veranderingen zijn. Hoe denken en werken we als samenleving? Het signaleren van nieuwe duurzame netwerken is daarom net zo belangrijk als het bijhouden van de verminderde vleesconsumptie.

Het meten van impact begint met de vraag vooraf: wat en hoe meten we?  “Zo is richting en snelheid te geven aan gewenste transities. Dan gaat het dus niet om het in beeld krijgen van de output en effecten van de implmentatie van oplossingen, maar het benoemen van de indirecte effecten van interventies in transitie. Daar vallen dan zowel kwalitatieve procesdoelen onder (nieuwe coalities, verandering in strategische doelen van partijen, verschuiving van maatschappelijke urgentie en debat, verandering in wet- en regelgeving) als kwantitatieve doelen rond opbouw én afbraak (reductie van consumptie, uitfaseren van onduurzame productie en consumptie, toename investeringen, diffusie van nieuwe technologie, kostendaling). Door op deze manier te werken, dus vanuit gewenste impact op transities, ontstaat een handelingsperpectief. Dat structureert, maar kan bovendien als collectief kader voor assessment, evaluatie en herijking fungeren.”

Leren van gemaakte fouten is niet voldoende om transities verder te brengen. “Weliswaar hebben effectieve, vooruitstrevende beleidsmakers en ondernemers vaak ook een proces van vallen en opstaan achter zich, maar dat betekent nog niet dat dit proces ook doorwerking heeft op transitieprocessen. De rode draad is dat ze vanuit een steeds herhalende reflectie op zichzelf in combinatie met een slimme blik naar buiten focus vonden en gewoon (opnieuw) aan de slag gingen. Op basis van hun ervaringen en de bredere kennis en inzichten kan het denken en werken in transities houvast geven in concrete eigen transitietrajecten in beleid, maar ook in context van het bedrijf: door naar binnen en buiten te kijken en ondernemend aan de slag te gaan, ontstaat verbinding met anderen die bijdraagt aan transities en daarmee ook aan de beweging richting duurzame economie van de toekomst.”

Lees het complete essay in deze P+ Special hier.





Reacties op dit bericht

Tseard Zoethout ()
Kortom, wat beiden schetsen zijn zogenaamde 'bifurcation points van Ivan R. Prigogine, zijn 'Arrow of time' uit 1997 over evolutie is niet te versmaden. Fridjof Capra haalt hem uitgebreid aan. Voor 'Source' de voorganger van P+, sprak ik ook met Satish Kumar die Jan en ik kennen toen we met Lovins en Benyus spraken. Hieronder een korte introductie tot Ivan Romanowitz' gedachtengoed (in 't Engels): http://www.icra.it/publications/books/prigogine/motivation.htm