28 Oct 2017

Jan Rotmans: transitie naar Glokalisering

Jan Rotmans, foto Bram Budel / De Beeldunie

Europa wordt het Europa van de regio’s. Deze duurzame transitie noemt hoogleraar Jan Rotmans ‘Glokalisering’, als tegenhanger van de ‘Globalisering’. Dat zegt Rotmans in de P+ Special van deze week als reflectie op het artikel over het produceren van cider in de Betuwe door de plaatselijke groep initiatiefnemers de Fruitmotor. Hij ziet tal van andere voorbeelden in deze ontwikkeling.

De voedseltransitie gaat niet alleen over de vetarme of suikervrije voeding. De kanteling kent bovendien verschillende niveau’s, macro, meso en micro. Rotmans in P+: “Op micro-niveau is de voedseltransitie ook cultuurgebonden. Steeds meer mensen willen weten: waar komt het vandaan? Is het geworteld in onze streek? Ik noem dat glokalisering, als pendant van globalisering op macro-niveau. Dat is iets van de laatste tien jaar.”

De reden? “De globalisering werkt anonimiserend en vervreemdend, je weet niet meer waar je eten vandaan komt. Mensen hebben meer dan in het verleden de hang om te wortelen in de eigen streek, de eigen regio. Daar hoort voedsel bij. Dat zie je overal, in elke regio, in alle landen van Europa.”

De hoogleraar aan de Erasmus Universiteit haakte op deze transitie in door uit te zoeken hoeveel procent van de voeding uit de Rotterdamse regio zou kunnen komen. “In een cirkel van 50 bij 50 kilometer, waar dus ook het Westland met alle kassenteelt binnen valt, tot aan Gouda toe, blijkt dat we een derde van het voedsel uit deze regio kunnen halen. Zo kun je komen tot een meer circulair systeem van voedsel verbouwen. Steeds meer partijen vinden elkaar om dat mogelijk te maken, inclusief verwerking, transport. De nieuwe economie heeft vooral een regionaal karakter nodig met grenzen die logischer zijn dan een landsgrens.”

Rotmans ziet regio’s ontstaan als Rotterdam en Den Haag samen, Amsterdam en Almere, West-Brabant en Zeeland. “Dat vind ik een goede ontwikkeling. Europa wordt het Europa van de regio’s. Economisch gezien heb je een regio nodig om een circulaire economie te ontwikkelen. Sociaal gezien zie je juist veel buurtinitiatieven opkomen. Op gebied van de zorg zijn er 250 lokale coöperaties, er zijn al 300 broodfondsen, 400 lokale energie-initiatieven. Een fors deel daarvan krijgt de vorm van een coöperatie. Voedsel blijft in deze ontwikkeling eerder nog wat achter.”

Daarmee kantelt ook het beeld van de boer, volgens Rotmans. “De boer heeft een negatieve associatie gekregen, als hoeder van het grote voedselkapitalisme. Maar eigenlijk is het een beschermer. Het is onafwendbaar dat de boer en de tuinder een andere rol krijgt, als spin in het regionale web. Een hoeder van ons voedsel, onze natuur en omgeving. Daar horen coöperatieve voedselvormen bij. Dat vind ik een mooie en logische weg. Dat noem ik: vooruit naar vroeger.”

Rotmans adviseert het Westland zich te richten op nieuwe, innovatieve gewassen die zilte teelt mogelijk maken. “Ik zeg dus: niet alleen doorgaan met  wat je doet en voedsel exporteren, maar de kennis die je nu hebt exporteren en verkopen naar het buitenland. En ondertussen weer nieuwe expertise opbouwen. Je verdient met kennis en expertise op den duur meer dan met die tomaten, omdat die teelt een race tot the bottom is. Je bent met bulkproductie vatbaar voor een crisis. Bij de laatste crisis stond twee derde procent van de tuinders financieel onder water.”

Rotmans reageert in deze P+ Special niet alleen op het artikel over voedseltransitie. Ook geeft hij zijn visie op het verhaal over culturele transitie, waarbij het volksfeest Sinterklaas de lakmoesproef is voor de integratie van nieuwkomers in Nederland. Als het over energietransitie gaat, stelt hij dat de winning van aardwarmte in zijn top 3 van ‘Things to Do’ staat. Ook hecht hij groot belang aan de CO2-transitie, van een kwalijk te boek staan broeikasgas tot grondstof voor de biochemische industrie in de Rotterdamse haven.

Gevraagd naar de transitie van organisaties stelt Rotmans dat milieu- en duurzaamheidsorganisaties wat hem betreft tot een organisatie mogen fuseren. Zelfs Urgenda van Marjan Minnesma, de transitieorganisatie die hij zelf hielp oprichten.

Download de P+ Special ‘Het laatste woord van Jan Rotmans’





Reacties op dit bericht